ALLES BEGON IN... - KLEINE HUISJES, een dorp in het Marnegebied in het noordwesten van Groningen.

Ga naar de inhoud

ALLES BEGON IN...

HISTORIE
Eens was het de zee, die dit land prijs gaf.
Het waren stukken strand en brokken moeras, waar tussen de zee nog heerschappij voerde.
Later sloot het land zich vast en hecht aaneen en werd de zee terug gedreven.
Alleen in wilde stormnachten probeerde de zee het verloren land terug te winnen.
Het water is het schoonste en het verschrikkelijkste element.
Geen mens die zijn onmetelijke kracht weet of beseft.
Zonder water bestond dit land niet. Het brult en davert, het bruist en sist.
Het is oerkracht.
      Zo begon het leven aan de Waddenkust

Zo'n 150.000 jaar geleden beleefde de aarde een bijzonder strenge ijstijd. Enorme gletsjers kwamen uit het noordoosten op ons land af waarbij het ijs honderden meters hoog was en strekten zich geleidelijk tot aan midden-Nederland uit.
Aan het einde van de laatste ijstijd smelten de ijskappen en loopt de huidige Noordzee vol.
Op enige afstand van de hoge en droge zandgronden ontstaat iets ten noorden van de tegenwoordige Waddeneilanden een lange duinenrij. Achter deze duinen vormen zich uitgestrekte veenmoerassen.

Door de stijgende zeespiegel komen er doorbraken in de kustbarrière en ontstaat de Waddenzee. Het dynamische proces van opslibbing en afslag staat onder invloed van de getijdenwerking, de oostelijke stroming van de zee en de overheersende windrichting vanuit het westen. In de Waddenzee wordt in de loop der tijd klei afgezet en ontstaan kwelderwallen. Omstreeks 500 voor Christus zijn de kwelderwallen voldoende hoog komen te liggen voor bewoning.

Kwelders zijn begroeide stukken land die direct, zonder duinenrij of dijken, aan zee grenzen. Ze liggen meestal langs ondiepe getijdengebieden zoals de Waddenzee. Bij storm of extra hoog water komt een kwelder onder water te staan. Er werden rijsdammen aangelegd van wilgenhout, op de kwelders, zodat het slib ging bezinken en dat de hoogte van de kwelders versnelde om een nieuw stuk land in te kunnen dijken. Zo werd het kweldergebied steeds hoger en vormden hoge kwelders die minder vaak werden overstroomd. Dit proces van “opbouw” ging gestadig door. De grond op de wallen is zanderiger dan de grond in de dalen.
De ondergrond is nog oude zeeklei, die eeuwen eerder is afgezet. De wallen liggen 500 – 1000 meter uit elkaar.

Zo ontstonden in het Marnegebied 10 kwelderwallen.
  1. Van Panser en Schouwen, de meest zuidelijke kwelderwal
  2. Van Warfhuizen en Burum
  3. Van Vierhuizen - Ulrum - Leens - Wehe, in 300-600 na Chr. gevormd. In de 9e eeuw bewoond, 4 meter hoog.
  4. Van de Klei, 9de - 10de eeuw bewoond
  5. Van Grijssloot - huiswierden, door Hunzeloop niet verder uitgegroeid.
  6. Van  Vierhuizen - Hornhuizen - Kloosterburen - Molenrij, 11de eeuw bewoond.  Door Hunzeloop niet verder uitgegroeid. ± 1100 eerste zeedijk  “Marnedijk” op de kwelderwal gebouwd. De Hunze afgesloten.
  7. Van Kleine Huisjes  - Broek, 11de - 12de eeuw bewoond, ± 1250 dijk.
  8. Van Pieterburen - Westernieland - Wierhuizen, 13de eeuw bewoond. Laatste bewoonde wal, sluit de Hunze volledig af.
  9. Van  ± 1350 Oldiek. Eerste doorlopende “Zeeborg” die de hele noordkust  omspande. Tot 1717 uitgehouden, restanten bij Warffum en Usquert.
  10. Werd basis van de Middendijk de tegenwoordige slapersdijk van 1717 - 1718. Opmerking: Pieterburen ligt direct achter de Oldiek. Vanuit het zuiden kwam de eerste bewoning vanaf de schrale zandgronden.

Omstreeks de 11e eeuw ontstaat er bewoning op de wal van Hornhuizen - Kloosterburen. Omstreeks 1163 werd op deze kwelderwal een klooster (Oldeclooster) gesticht. Het klooster is een van de oudste in de provincie. Een uitgelezen plek voor pioniers.
Tot 1204 was het een dubbelklooster. In 1204  is er een tweede klooster (Nijenklooster) gebouwd dat een paar kilometer ten westen van Oldeclooster lag. Toen vond men de tijd gekomen om de behuizing van de monniken en de nonnen te scheiden.

De kwelderwallen zijn uitstekende gelegenheden om met dijken te experimenteren. De kloosterlingen van Oldeclooster zijn vermoedelijk bij de ontginningen van de Hunzeboezem betrokken geweest. De wal van Kloosterburen wordt omstreeks 1100 de basis van de eerste zeedijk. Spoedig daarna ontstaat de wal waar we tegenwoordig Kleine Huisjes en Broek zich bevinden bewoond.

Het  Oldeclooster en Nijenklooster waren schatrijk, naar verluidt hadden de  kloosters 600 bunder(hectare) agrarischland en 400 bunder kwelderland en  nog een gedeelte van Rottumeroog. De  boeren die vee op het land hadden of die aan de slag waren met  inpolderen, pachtten het land tegen een vast tarief van de beide  kloosters.                                
Nijenklooster omstreeks 1500
Terug naar de inhoud